Dag 11: Fairfield hoefijzer (19/7)

Vandaag wederom een mooie dag om te wandelen. Na het ontbijt stappen we in de auto voor het korte ritje naar het startpunt in het naastgelegen dorp Rydal. De route van vandaag is ongeveer in de vorm van een hoefijzer, waarbij we over verschillende piekjes gaan. Het eerste deel van de route stijgen we het snelst. Daarna vlakt het iets af en komen we over vier pieken: Low Pike, High Pike, Dove Crag en Hart Crag waarbij we elke keer iets hoger uitkomen. Regelmatig maken we korte stop om ons heen te kijken. Het hoogste punt van vandaag is Fairfield, wat een wat groter vlak gedeelte is. Jammer genoeg zitten we net op dat moment midden in de laag hangende wolken waardoor we op dit punt geen uitzicht hebben. Daarnaast waait er ook een stevige wind. Als we iets verder lopen en een beetje dalen is de wind wat minder en zitten we net onder de wolken waardoor het uitzicht een stuk beter is. Aan verschillende kanten kunnen we wegkijken het dal in. Ook in de tweede helft hebben we nog een aantal, nu steeds lager wordende, pieken: Great Rigg, Heron Pike en Nab Scar. Uiteraard komen we ook nu weer hier en daar een paar schapen tegen. Je ziet hier niet veel helemaal witte schapen. Wat meer voorkomt is wit met een zwarte kop (met hoorns) en zwarte poten of juist andersom: zwart (meer grijs eigenlijk) met een witte kop en witte poten. Na Nab Scar dalen we snel en dat beginnen we na 1000 hoogtemeters en ca 14 km in de benen toch wel een beetje te voelen, gelukkig dan nog maar 2 km te gaan. We waren rond twee uur weer terug bij de auto. De route was op de heen- en de terugweg op de meeste plekken wel duidelijk te volgen. Soms een grindachtig pad en hier en daar door het gras, maar vooral ook veel grotere stenen (soms een beetje aangelegd als een soort trap) en rotsen.

Op naar een welverdiende douche, kop thee en een scone natuurlijk.

‘s Avonds hebben we nog een keer gegeten bij de Jumble Room. Daar hadden we gisteren zo lekker gegeten dat we gelijk voor vandaag hadden gereserveerd. Ook vandaag hebben we hier weer heerlijk gegeten.

Links de piekjes die we omhoog deden, rechts de terugweg.

Dag 10: Old man of Coniston

Vandaag doen we het wat rustiger aan met een wat kortere wandeling. We vertrekken wel op tijd omdat we niet zeker weten hoe groot de parkeerplaats is bij het startpunt. Het weer is redelijk, het is niet koud maar het regent wel af en toe een beetje. De laatste 1,5 km naar de parkeerplaats werd omschreven als een erg smalle weg met veel slecht wegdek (gaten), maar dat viel gelukkig erg mee.

Als we op pad gaan ziet het er nogal bewolkt uit en de top waar we naar toe lopen zit in de grijze wolken. We verwachten dus geen uitzicht vandaag. De route naar boven is een duidelijk en goed te doen rotspad met hier en daar een beetje klauterwerk. Een mooie route en als we omkijken hebben we uitzicht op het dal beneden ons. We krijgen een beetje regen en met de wind is het af en toe wat frisjes, maar we zijn in beweging dus het deert ons niet echt. Bij de top zitten we zoals verwacht in de wolken en hebben we niet echt uitzicht meer. We maken een korte stop voor wat thee en een liga en daarna gaan we weer naar beneden. Het eerste stuk is ook grotendeels rotspad met hier een daar wat steile stukjes. Het laatste stuk is een vlakker en meer grindweg, dus dat loopt wat vlotter. Zoals gezegd een klein rondje dus we zijn rond 12 uur al weer terug bij de auto.

‘s Middags lekker gerelaxt met wat puzzelen, lezen en dit stukje schrijven. Vanavond eten we bij The Jumble room, een goed aangeschreven restaurant waar we gisteren al moesten reserveren en zelfs toen was er al bijna geen plek meer. Ze zijn dan ook maar 4 dagen per week open. We gaan zien of hun populariteit verdiend is.

Dag 9: Grasmere: Loughrigg Fell en varens

Vandaag onze eerste hele dag in Grasmere in het Lake District National Park. De heuvels zijn hier wat hoger en ook wat meer bebost. Daarnaast natuurlijk ook hier de nodige schapen en wat drukker met mensen.

Na een prima ontbijt maken we onze eerste wandeling, startend vanaf het hotel. Dit keer doen we eerst het meer vlakke stuk, dat vooral langs de weg gaat en hebben we de klimmetjes in de tweede helft. Zodra we van de weg af kunnen gaan we eerst het bos in en komen we daarna weer in wat open veld. De officiële route gaat door het dorp Ambleside, maar dat besluiten we links te laten liggen. We snijden hierdoor een stuk van de route af, dus je zou denken dat dit korter is en we sneller weer terug zullen zijn. De praktijk pakt toch iets anders uit. Niet zozeer in kilometers maar wel als het gaat om het terrein. De alternatieve route blijkt een pad dat niet zoveel gebruikt wordt en al helemaal niet is onderhouden. Het is dus meer zoeken en een deel moeten we ons door manshoge varens worstelen (waarom hebben we er niet aan gedacht om een goede snoeischaar in te pakken). Maar uiteindelijk komen we weer op een duidelijk pad en kunnen we door naar boven. Het weer is goed en ook al is het bewolkt, we hebben nog steeds mooie uitzichten om ons heen. Boven op Loughrigg Fell is het wel wat frisjes en na een korte stop vervolgen we onze weg weer naar beneden. Rond half twee zijn we terug bij ons hotel. Tijd voor een douche en natuurlijk een kopje thee met een lekkere verse scone.

‘s Avonds hebben we heerlijk gegeten bij een Italiaans restaurant dat alleen vegetarische en vegan gerechten serveerde (kwamen we pas later achter). Jeroen had een ‘beef’ Wellington van noten en Saskia een salade met o.a. rode bietjes en hummus.

Manshoge varens met in de achtergrond Lake Windemere

Dag 7-8: Yorkshire Dales (deel 2, 15-16/7)

De zon schijnt! Vandaag is het echt mooi weer: zonnig met een temperatuur van rond de 20 graden. En dat komt mooi uit voor de wandeltocht van vandaag naar een andere piek van de Yorkshire Dales: Ingleborough.

Ook hiervoor moeten we eerst een stukje met de auto om bij het startpunt in Clapham te komen. Vanaf daar gaan we eerst een klein stukje door het bos waarna we weer in de open velden komen met hier en daar een paar schapen. Het pad is goed zichtbaar en begaanbaar en we lopen gestaag omhoog. Vandaag hebben we op de top, meer een plateau, wel een goed uitzicht. We kunnen aan alle kante wegkijken over de glooiende Engelse heuvels. Na een pitstop en wat lunch gaan we op de terugweg. Ook dit is een een goed herkenbaar en begaanbaar pad waarbij we geleidelijk weer omlaag gaan. Rond een uurtje of 2 waren we terug bij de auto met zo’n 17 km in de benen. Tijd voor een douche en een lekker kopje thee. ‘s Avonds nog een keer gegeten bij de Craven Arms (waar we gisteren ook waren). Deze keer een lekkere falafel burger en een halloumi salade.

Dinsdag is onze laatste dag in de Yorkshire Dales en de weersvoorspelling voor de ochtend ziet er goed uit. We blijven daarom nog even in de buurt om de laatste van de ‘Drie Pieken” te doen: Whernside. Na ons ontbijt met geroosterd brood en het inpakken van de auto, gaan we rond 9 uur op pad. Deze keer iets langer rijden, waardoor we rond half 10 aan onze wandeling kunnen beginnen. We starten bij een groot viaduct dat gebruikt wordt voor treinvervoer. Het eerste stukje gaat door de velden en is hier en daar een beetje zoeken, het pad is niet zo duidelijk. Zodra we omhoog gaan, is het pad duidelijk en ook goed begaanbaar. Wel zo prettig want we stijgen vlotjes. Het weer is nog steeds goed dus we kunnen mooi wegkijken om ons heen. Op het hoogste punt nemen we een kleine pauze en daarna door naar beneden. Dit gaat wat meer geleidelijk wat wij fijner vinden lopen. Ook nu is het pad weer lekker duidelijk en we komen verschillende tegenliggers tegen die hetzelfde rondje andersom lopen. Op het laatst komen de donkere wolken snel opzetten de top waar we overeen zijn gegaan, is niet meer zichtbaar. We vragen ons af hoe het is voor de mensen die we tegenkwamen en die nu nog op weg naar boven zijn of juist boven zijn (mogelijk net zo grijs en geen uitzicht zoals wij twee dagen geleden bij Pen-Y-Ghent hadden). Wij pakken ook nog een paar spetters regen mee voordat we weer bij de auto zijn. Al met al goed getimed.

Hiermee nemen we afscheid van de Yorkshire Dales en rijden we naar het Lake District National Park. Hier verblijven we de komende week in Grasmere, van waaruit we de nodige wandelingen kunnen doen. Op weg er naar toe merken we dat de Lake District duidelijk een stuk meer toeristisch is. Meer verkeer en touringcars met vakantiegangers, al verwacht ik niet dat we die laatste veel tegen zullen komen op onze wandelingen.

We hebben een prima hotel met een ruime kamer en elke middag verse scones met clotted cream en jam voor de gasten.

Dag 5-6: Slapen in een Engels landhuis en de Yorkshire Dales (deel 1, 13-14/7)

Na de stad York gaan we nu naar een eerste nationaal park, de Yorkshire Dales. We hoeven niet heel ver te rijden en zijn rond het middaguur bij ons hotel voor de komende dagen: The Falcon Manor in Settle, een prachtig oud Engels landhuis met de haard aan in de hal toen we aankwamen (het was ook wat frisjes). Onze kamer was van alle gemakken voorzien, inclusief een bad met uitzicht op de groene heuvels.

Vanaf het hotel konden we een mooie wandeling doen door de genoemde heuvels. Het meeste is boerenland, dus je loopt regelmatig tussen de koeien en vooral schapen. Stukken land worden gescheiden door stenen muurtjes die handige trapjes hebben als je er overheen moet om je route te kunnen volgen. Ondanks de vweersoorspelling hebben we het droog gehouden en rond een uurtje of 5 waren we terug bij ons hotel. ‘s Avonds prima gegeten in het hotel.

Zondag lijkt weer een wat natte dag te worden. Na het ontbijt besluiten we ondanks de miezerregen toch maar op pad te gaan voor een wandeling naar één van de drie pieken waar de Yorkshire Dales o.a. om bekend zijn: Pen-Y-Ghent. De parkeerplaats bij het startpunt is druk, we zijn duidelijk niet de enigen die het grijze weer voor lief nemen. De route naar de piek is duidelijk herkenbaar en loopt ook weer door de weilanden. Wel is de route een duidelijk pad, grotendeels van grind en wat grotere keien met op sommige plekken trappen van grote platte stenen. Het werd wel steeds natter naarmate we wat hoger kwamen door de laaghangende bewolking. Op het hoogste punt (694 m boven zeeniveau) voelde het aan als regen en hadden door de wolken ook geen uitzicht. De route naar beneden was ook een duidelijk pad en minder steil. Meer naar beneden werd het ook weer droger en het zicht weer wat meer.

‘s Avonds hebben we een traditionele Engelse ‘Sunday Roast’ gegeten: langzaam gebraden varkens- / lamsvlees met geroosterde aardappels, warme groente en een ‘Yorkshire pudding’. Nee, dat laatste was niet het toetje, maar een soort pannenkoekenbeslag dat in de oven wordt gebakken.

The Falcon Manor Hotel

Dag 3-4: York (11-12/7)

Na een goed ontbijt bij de B&B tijd op weer op pad te gaan. Het plan was om een rondje te wandelen in de Lincolnshire Wolds, maar het weer zat niet echt mee. We zijn daarom maar direct naar York gereden. Toen we daar rond een uur of één waren, was het wel droog. We konden de auto al kwijt bij het hotel waar we verblijven en daarna zijn we de stad wat gaan verkennen. Om te beginnen een ‘rondje om de binnenstad’ over de eeuwenoude stadsmuur gemaakt. Daarna nog wat rondgewandeld in de binnenstad zelf en even bij de boekwinkel Waterstones geweest, waar we nog twee nieuwe interessante kookboeken hebben gekocht. ‘s Avonds Zuid-Indiaas gegeten.

Vrijdag alle tijd om York wat beter te bekijken. In de ochtend zijn we naar de York Minster geweest. Dit is een grote kathedraal en wordt gezien als het centrum van het Christendom in het noorden van Engeland. York kent sowieso een rijke en eeuwenlange geschiedenis. Aan het begin van de jaartelling was hier een groot Romeins fort waarvan nog resten zichtbaar zijn, o.a. in het museum onder de kathedraal.

Weer buiten was het (nog steeds) droog en hebben we een stuk langs de rivier de Ouse gelopen. Gewoon om even de benen te strekken en wat meer van de omgeving te zien. Terug in de stad hebben we geluncht met een scone met clotted cream en aardbeienjam en natuurlijk een pot thee.

Na de middag door naar het nationaal treinmuseum met locomotieven en treinwagons van de eerste stoomlocomotieven tot locomotieven van hogesnelheidstreinen. Met name de oudere waren prachtig opgeknapt. Ook de ‘Mallard’ is onderdeel van de collectie, de trein met het record voor snelste stoomlocomotief ter wereld. Het record van 203 km/u werd gezet op 3 juli 1938 en is daarna dus niet meer verbroken.

Al met al een dagje met veel sight seeing en ‘stad-struinen’. Vanavond staat er Thais op het menu.

Dag 1-2: Aan land in Engeland (9-10/7)

Dinsdagmorgen zijn we rustig opgestart en iets voor elven vertrokken richting Hoek van Holland. We waren mooi op tijd voor het inchecken en aan boord gaan van de “Hollandica” van Stena Line waarmee naar Harwich gingen. De boot vertrok om 14:15 en om 19:45 (Engelse tijd) kwamen we aan in Engeland. Ondanks de berichten over noodweer in Nederland en de nodige regen in Engeland, verliep onze overtocht rustig.

Van de boot af, eerst een parkeerplaats opgezocht om speciale stickers op onze koplampen te plakken zodat hier onze medeweggebruikers niet verblind worden. De koplampen staan namelijk standaard zo afgesteld dat ze enigszins richting de berm schijnen, voor ons is dat dus naar rechts. Bij linksrijden schijnen ze dan juist richting de weg en de tegenliggers. Dit is eenvoudig op te lossen door een kleine sticker (met daarbij een handleiding van een vierkante meter omdat de instructie voor elk merk en type auto (en soms ook nog bouwjaar) anders is).

‘s Avonds werden we vriendelijk ontvangen bij The Marlborough in Dedham, een pub waarvan de oudste delen uit 1465 waren. Dat was in de kamer verder niet te merken: prima voorzieningen en een goed bed.

Na een goed ontbijt op ons gemak weer op weg gegaan. Voor de middag hebben we Castle Rising Castle bezocht. Dat klinkt wat dubbel, maar het was het kasteel bij het plaatsje Castle Rising, dus dat klopte wel. Dit kasteel was nóg ouder dan de pub waar we hebben geslapen, namelijk uit 1140.

‘s Middags hebben we nog een rondje gewandeld in het Dersingham Bog, wat wel wat weg had van de Veluwezoom, beide met veel heide. Aan het einde van de middag waren we in South Thoresby, bij B&B the Vale. Voor het avondeten zijn we naar Louth gereden.

Typisch Engelse tafereeltjes

Dag 22-24: Terug naar het zuiden (3-5/7)

Op maandagochtend rijden we in de regen weg uit Stavanger en ook onderweg blijft het regenachtig. Begin van de middag zijn we in Kristiansand en droogt het een beetje op. We kijken wat rond in het centrum en maken nog een rondje in het Banaheia-park. ‘s Avonds eten we een lekkere salade bij het restaurant tegen over ons hotel (lekker dichtbij, omdat het toch nog weer wat gaat regenen).

Dinsdagmorgen hebben we nog wat tijd voordat we ons moeten melden voor de boottocht naar Hirthals. We lopen nog een stukje naar Oddøroya en langs de haven. Ook Kristiansand is een aanlegplaats voor cruiseschepen en de passagiers kwamen niet van het schip. Rond de middag moeten we ons melden voor onze eigen boottocht. We sluiten aan in de rij en worden vakkundig naar een plekje op het autodek gedirigeerd. De overtocht duurt ongeveer 2,5 uur en rond een uurtje of 4 zijn we van de boot af voor nog een paar uurtjes in de auto naar Skandeborg, onze laatste stop.

Woensdag zijn we op tijd weg voor de laatste 700 km naar huis. Hoewel het onderweg een paar keer flink geregend heeft, hebben we verder geen last gehad van het stormachtige weer op andere plekken in Duitsland en Nederland. Aan het begin van de avond terug in Arnhem.

Dag 19-21: Stavanger (30/6-2/7)

Afgelopen vrijdag zijn we van Bergen naar Stavanger gereisd. Naast de inmiddels bekende stukken tunnel nu ook twee keer met de boot. Dat gaat hier erg efficiënt: nadat je de boot op bent gereden, de auto hebt stilgezet en bent uitgestapt is de boot al vertrokken. Op het eerste, wat langere stuk, hebben we nog een tijdje buiten op het dek gestaan om wat van de omgeving mee te krijgen. Rond een uurtje of twee waren in Stavanger.

‘s Middags wat rondgekeken en we waren wat verrast door de grote drukte op de kade vlak bij het centrum (ondanks het miezerige weer). Daar stonden een groot aantal eetkraampjes en hadden vele lokale restaurants een tijdelijke locatie in tenten vanwege een soort food-festival. Daarnaast zagen we ook direct het grote cruiseschip dat was aangemeerd. Aan het einde van de dag ging deze weer verder en de volgende ochtend zagen we de volgende liggen. Dat is dus een dagelijks ritueel hier. De eerste avond hebben we Thais gegeten, viel een beetje tegen.

Voor zaterdag werd in eerste instantie niet zo mooi weer voorspeld. In de ochtend scheen de zon nog, dus na het ontbijt maar gelijk op pad voor een wandeling rond het meer Mosvatnet. Daarna terug richting het centrum en het Archeologisch museum wat een inkijkje gaf in het leven van de Vikingen aan de hand van voorwerpen die zijn opgegraven. ‘s Middags wat gerelaxed en Saskia nog even de sportfaciliteiten van het hotel getest. ‘s Avonds een lekkere (vegetarische / Mexicaanse) burger voor het avondeten. En we hebben het bijna de hele dag droog gehouden.

Vandaag maken we een uitstapje buiten Stavanger om nog een echte hike te doen: de Preikestolen, één van de bekendste (en populairste) hikes van Noorwegen. Om deze reden dan ook maar vroeg op pad: om iets na 7 uur zaten we in de auto voor de rit van ca. 40 minuten naar het startpunt van de hike (oftewel een enorme parkeerplaats). Toen we aankwamen was er nog voldoende plek en iets na achten waren we op weg naar boven. We waren niet de enigen (er kwamen ook al weer mensen naar beneden), maar het was nog niet echt druk. De route was goed te doen, grotendeels een vrij breed stenen pad dat op sommige plekken vrij steil was (met traptreden). Eenmaal boven was het in eerste instantie nog wat grijs, er kwam net een grote wolk voorbij waar ook nog wat regen uitkwam. Het klaarde al snel op en we hadden een mooi uitzicht of het fjord. Op de weg terug was het een stuk drukker met tegenliggers waarmee echt duidelijk werd hoe populair deze hike is: Van jong tot oud en een heel scala aan nationaliteiten hebben we voorbij zien en horen komen.

Terug bij de auto even geluncht en daarna teruggereden naar Stavanger. Op deze route zat overigens de langste tunnel die we zijn tegengekomen: 14,4 km.

‘s Middags hebben we nog wat rondgewandeld in Stavanger zelf en ‘s avonds na de pizza met een ijsje op het vuistje nog even langs de kade gelopen.

Dag 18: Berg 3 in Bergen (29/6)

Het is vandaag weer prachtig weer en daar maken we gebruik van om nog een Bergense berg op te gaan: Ulriken, de hoogste van de zeven.

We doen het ‘s morgens rustig aan en halen na het ontbijt eerst nog wat broodjes voor de lunch. Daarna op pad met als eerste stop weer de auto om wandelschoenen aan te trekken. Ook deze keer beginnen we met een (flink) stuk door de stad, deze keer zonder dat we ook hier al omhoog gaan. We gaan pas omhoog vanaf het benedenstation van de gondola (die wij uiteraard overslaan). Het eerst stukje is breed grindpad en een paar stalen trappen. Daarna begint het echte werk: een trap van 1333 treden aangelegd door Sherpa’s. De Sherpa’s (afkomstig uit het Hymalaya-gebied) zijn in 2000 gevraagd door de Noren om te helpen met het verbeteren van hun wandelpaden. Sindsdien hebben ze aan meer dan 300 projecten (trappen) gewerkt om wandelroutes veiliger te maken en de natuur beter te beschermen. Bij het begin van de hike was de top nog gehuld in een paar wolken, maar onderweg klaarde het steeds meer op en boven hadden we een prachtig uitzicht over de stad en haar omgeving.

De terugweg hebben we de trappen (letterlijk) links laten liggen en hebben een ‘normaal’ hiking-pad gevolgd wat hier een daar flink steil omlaag ging, waardoor het op sommige punten even handen- en voetenwerk was. Onderweg nog even gestopt voor de lunch en daarna door naar beneden. Vanaf het benedenstation van de gondel hebben we door de stad dezelfde route teruggelopen. En zo waren we na zo’n 3,5 uur terug bij de auto, met 10,5 km en 635 hoogtemeters in de benen.

‘s Avonds lekker gegeten bij de Pygmilion, een wokgerecht met kip en rijst voor Jeroen en een salade voor Saskia en allebei crêpes als toetje.