Voordat we echt de Peak District uitrijden gaan we nog naar Haddon Hall. Dit is een groot middeleeuws landhuis waarvan de eerste delen zijn gebouwd in de 12e eeuw gebouwd. Het landhuis is sinds die tijd in dezelfde familie gebleven via de vrouwelijke lijn. Tot twee keer toe in de geschiedenis waren er geen mannelijke erfgenamen waardoor het landhuis werd geërfd door een dochter. Door hun huwelijken veranderde wel telkens de naam, van Avenell naar Vernon en vervolgens naar Manners. John en Dorothy Manners waren de laatste bewoners in de 16e eeuw die het landhuis hebben uitgebreid tot wat het nu is. Na hun vertrek is het ca. 200 jaar niet gewoond geweest, alleen beheerd met een zeer beperkte staf. Ook toen al werden er af en toe ‘betalende’ bezoekers toegelaten. Dit is te zien in sommige van de kleine glas-in-lood-raampjes waarin bezoekers bijvoorbeeld hun naam en een jaartal gekrast hebben. De oudste die wij hebben gezien was van 1776. Hierbij werd vriendelijk verzocht om dit nu niet meer te doen. Begin 20ste eeuw is het hele huis met zorg gerestaureerd in de staat van de 16e eeuw door John Manners, de 9e Hertog van Rutland. Het geeft een interessant en goed kijkje in het wonen en leven van Engelse adel 500 (!) jaar geleden.
Na de middag vervolgen we onze weg en rijden we naar Cambridge met onderweg één stop voor het laden van de auto en wat boodschappen. ‘s Avonds tapas gegeten.
Nu we weer wat langer onderweg waren, vielen ons ook weer wat interessante dingen op bij het autorijden in Engeland. Hierbij wat ‘feitjes’:
- De maximum snelheid op de snelweg is 112 km/u (70 mijl/u)
- Langs de snelweg hebben we de volgende borden gezien: “pas op overstekende voetgangers”, “pas op agrarisch verkeer” (trekkers)
- Daarnaast kun je het volgende tegenkomen: rotondes, links af zonder uitvoegstrook, fietsers (!!, maar wel achterop natuurlijk).
- De ‘standaard’ snelheid buiten de bebouwde kom is 96 km/u (60 mijl/u), ook op smalle weggetjes met aan beide kanten een hoge heg en uitwijkplaatsen als enige plek om een tegenligger te passeren.
- Voor scherpe bochten, onoverzichtelijke situaties en kruisingen staat “SLOW” (langzaam) op de weg geschreven, als een soort ‘tip’ (of zo).
- In meer bebouwde omgeving moet het soms wat langzamer, soms 80 km/u (50 mijl/u) of ‘zelfs’ 64 km/u (40 mijl/u). Alleen in de wat grotere dorpen en steden is de maximum snelheid 48 km/u (30 mijl/u).
- Er wordt met name qua snelheid dus veel overgelaten aan het inzicht van de bestuurder…
- Verkeersborden zijn vaak slecht zichtbaar omdat ze half (of helemaal) in de begroeiing naast de weg staan.