Wederom een prachtige dag vandaag dus prima weer nog een tweede hike in Nelson Lakes Nationaal Park, maar niet zonder ontbijt natuurlijk. We zijn goed verzorgd door onze gastvrouw en -heer bij deze B&B. Na de borrelhapjes gisteren hadden we vanochtend verse zwartebessen muffins bij het ontbijt en we hebben er zelfs een paar mee gekregen voor onderweg.
Deze hike start aan de oostkant van Lake Rotoiti, tenminste, aan de andere kant dan de West Bay waar we gisteren waren begonnen, dus ik neem even aan we nu aan de oostkant zitten. Hier gaan we direct het bos in en in eerste instantie gaan we vrij geleidelijk omhoog. Het pad is hier en daar wat technisch met grote stenen en boomwortels, maar verder prima te doen. Soms is het even zoeken naar de juiste weg, maar daarbij worden we geholpen door plastic oranje pijlen (10-15 cm groot) die ons de weg wijzen. Dit soort ‘bewegwijzering’ hebben we overigs bij de meeste hikes. Op grotere hoogtes zie we vaker palen of metalen staven die wat hoger zijn, zodat ze ook nog zichtbaar zijn als er pak sneeuw ligt. Dat was nu uiteraard niet het geval. We zigzagden door het bos, tot we bij de boomgrens kwamen op zo’n 1400 meter. Vanaf daar was het eerst een klein stukje rotsachtig en daarna steil omhoog naar de top van de St. Arnoud bergkam. Hier stonden we precies op de grens van twee districten: Marlborough en Tasman. Uiteraard hadden we ook nu weer een goed uitzicht over Lake Rotoiti. Aan de andere kant was het uitzicht iets minder, hier lag op sommige plekken ook nog een beetje sneeuw. Dat laatste was tot 10 dagen geleden wel anders hadden we van de B&B-eigenaren begrepen. Nu was het echter heerlijk weer, ook boven op de bergkam, dus een mooi moment voor een mok thee met daarbij natuurlijk de muffin die we meegekregen hadden.


In dit geval was het een ‘heen-en-weer’-hike, dus na de kleine pauze op weg naar beneden via (ongeveer) dezelfde route. We waren rond 2 uur terug bij de auto met 12 km en ca. 1000 hoogtemeters in de benen. Tijd om de benen wat rust te geven en op pad te gaan naar onze volgende bestemming, Westport, een oud goud- en kolenmijn stadje (6000 inwoners nu). De eigenares van de B&B vertelde ons wat de beste plekken zijn om te eten en waar we het beste de lokale delicatesse (Whitebait) kunnen eten. Whitebait is een verzamelnaam voor kleine jonge visjes (max 4 cm lang) die hier in een soort omelet gebakken worden. De visjes worden dus in z’n geheel gegeten, inclusief kop en ingewanden. Wanneer beschikbaar is het doorgaans de duurste vis op de markt, soms meer dan €100 per kilo. Wij laten deze delicatesse dus even links liggen en gaan voor een doorsnee maaltijd bij een lokale “Mom and Pop Diner”, oftewel een restaurant uitgebaat door een familie.




















