Vandaag hebben we lekker kunnen uitslapen zodat we pas na de spits uit Salt Lake vertrokken. Eerste tussenstop voor vandaag was het olympisch dorp van de winterspelen van 2002 (het was trouwens vandaag weer dik boven de 30).
Het grootste deel van het olympisch dorp ligt in Park City, een kleine stad aan de andere kant van de bergen waar Salt Lake tegen aan gebouwd is. Hier bevinden zich 3 ski resorts waar de meeste van de ski disciplines en het bobsleeën/rodelen/skeleton werden afgewerkt. Alle indoor activiteiten (zoals schaatsen) werden in Salt Lake zelf gedaan.
We hebben een rondleiding gehad door het schansspring complex, en de bobslee/rodel baan. Met tekst en uitleg van een enthousiaste jonge dame die zelf aan rodelen doet.
Na een korte stop voor wat boodschappen voor de lunch en het opeten van deze lunch, zijn we op weg gegaan naar de Bluebird Inn, een pitoreske bed & breakfast aan de rand van het prachtig blauwe Bear Lake. Onderweg zien we het landschap veranderen en zien we steeds meer groene heuvels en minder bergen en steen. Ook zien we meer in grazend vee in deze heuvels. Langs de weg staan veel borden die bestuurders waarschuwen voor overstekende herten. Wij zijn er tot nu toe gelukkig nog geen tegen gekomen op de weg, maar langs de weg lag het bewijs dat dit toch wel regelmatig voorkomt: we hebben 6 dode herten/reeën zien liggen.
Tegen het einde van de middag kwamen we aan bij de Bluebird Inn, waar we in eerste instantie het rijk alleen hadden. Op de deur hingen enveloppen met namen van gasten, met daarin de sleutel van de kamer en wat informatie. We hebben op ons gemak een kopje thee gedronken en wat rondgeneusd in het huis dat vol staat met grappige attributen, zoals een hele oude radio (1 meter hoog) en een klein orgel. Ook zagen we een aantal trofeeën die van de eigenaar waren, het blijkt dat hij jarenlang coach is geweest in de NBA (nationale basketbal competitie).


