De ochtend begonnen met het eiland-hop-ritueel: alles weer goed in de koffers gepakt, auto voltanken, auto inleveren, inchecken, wachten, vliegen, bagage ophalen, auto ophalen en op weg naar onze slaapplaats op Maui. We zitten de komende twee dagen in een B&B en worden hartelijk verwelkomd door Michael en zijn hond. Hij (Michael, niet de hond..) heeft meteen een paar goede tips voor het meemaken van de zonsopgang op de top van de Haleakala-krater: 1. Vroeg op: 3:00 uur!!!, anders kun je niet meer parkeren bij de top, 2.Kleed je warm aan (het kan er rond het vriespunt zijn op ruim ca. 3000 meter hoogte,… daarna volgende er nog van alles, maar we waren een beetje blijven hangen bij die 3:00 uur…, zorgen voor morgen (vroeg). Tevens heeft onze kamer een prachtig uitzicht (zie eerste foto).
Vandaag daarom maar geen grote hikes gedaan: we hebben met de auto het westelijk deel van het eiland rondgereden. En dat was toch best een pittig ritje. Het eerste stuk was nog netjes verhard, maar wel veel bochten en ‘op-en-neer’ en hier en daar wat smal, daarna een heel stuk onverhard, dat reed toch wat minder relaxt. Na 1,5 uur waren we bij de ‘Zeven poelen’, waar we met een kleine wandeling bij deze poelen kwamen die ontstaan door de watervallen en vlakbij de oceaan liggen.
Omdat we de stukken onverhard (en enkelbaans verhard vlak naast een afgrond met roestige of missende vangrail) toch liever niet terugreden zij we doorgereden naar Hana, en vanaf daar ‘The Road to Hana’ in omgekeerde richting gereden om terug te komen bij onze B&B. Deze prima verharde weg verbindt Hana met de grootste stad op het eiland (Kahului), dit doet hij echter wel met 600 haarspeldbochten en 54 enkelbaans bruggetjes.
Normaal gesproken staat er tussen de 4 en 8 uur om deze 86km lange weg als toerist af te leggen (afhankelijk van hoe veel je stopt om de verschillende bezienswaardigheden langs de route te bekijken). Omdat we niet al te laat ’s avonds thuis wilden zijn, en omdat we de weg ook niet in het donker wilden uitproberen, hebben we ons iets minder als toeristen gedragen en (vooral Saskia) als ‘local’ gereden. Wat in dit geval betekent dat de meeste verkeersborden meer een suggestie zijn, en je je lekker mag ergeren aan die zondags rijders/toeristen. Binnen 2 uur was het circuit geslecht, en konden we heerlijk aan tafel in Kula’s Bistro (eigenaar geboren in Venetië, de Italiaanse variant). En daarna natuurlijk vroeg op bed met de wekker op 3:00 uur.

