Na een wederom een goed ontbijt stappen we in de auto richting St. Arnaud, aan de rand van Nelson Lakes Nationaal Park. Dit park heeft zijn naam te danken aan de twee grote meren die er onderdeel van uit maken: Lake Rotoiti (klein meer) Lake Rotoroa (groot meer). Wij zitten bij onze B&B bijna met onze voeten in het water van Kerr Bay dat onderdeel uitmaakt van Lake Rotoiti.

Maar voordat we daar ‘aan land gingen’ uiteraard nog een kleine hike gedaan om wat meer van de omgeving te zien. Altijd handig om daarvoor een bergje op te gaan, vandaag was dat Mount Robert, een rondje van bijna 9 km waarbij we 561 meter omhoog gingen. Na een kort stukje door het bos gingen we met een klassieke zigzag-route verder omhoog langs een grotendeels vrij kale berg. We waren al snel hoog genoeg voor de eerste uitzichten over Lake Rotoiti. Wat hoger op kwamen we toch weer tussen de bomen: eng uitziende, half zwarte berken, een beetje alsof je door een eng sprookjesbos loopt. Gelukkig kwamen we vervolgens boven de boomgrens en was het dus afgelopen met de bomen. Het was weer prachtig weer vandaag en zeker op de kale hoger gelegen delen hadden we het geluk dat er nauwelijks wind stond. Hierdoor waren ook deze stukken prima te doen met blote armen. Vanaf het hoogste punt weer verder, eerst nog langs een trekkershut en daarna door naar beneden. Ook hier weer lekker zigzaggen en daarna de laatste paar kilometers weer vooral door het bos.

Bij onze B&B werden we hartelijk ontvangen en nadat we ons hadden opgefrist hebben we geborreld met onze gastheer- en vrouw, compleet met worst, brie, druiven en mini-kaas-bacon-ui-hapjes. Van ons avondeten moeten toch vooral de toetjes nog even genoemd worden: Jeroen had echte appelbeignets (zelfs met Nederlandse vertaling op het menu: Appelflappen) en Saskia Oostenrijkse Kaiserschmarrn (luchtige pannekoek met rozijnen). Op de vraag hoe deze gerechten (en hun beschrijving in de orginele taal) op het menu waren gekomen, gaf de serveerster aan dat de kok uit Duitland kwam. Beiden smaakten heerlijk!
